Lacustris

Nijmeegse Studenten Schaats- en Skeelervereniging

Wedstrijden rijden

Wedstrijd rijden is, anders dan de meeste leden denken, voor iedereen mogelijk. Of dit nou gaat om een regiowedstrijd, IUT (Inter Universitair Toernooi), NSK (Nederlands Studentenkampioenschap), marathonwedstrijd of shorttrackwedstrijd, het maakt niet uit, het is allemaal mogelijk!

(Dag)licenties
IUT’s en NSK’s en 3 regiowedstrijden kunnen gereden worden op een daglicentie.  Daglicenties voor IUT’s en NSK’s worden aangevraagd door de desbetreffende organiserende wedstrijdorganisatie, maar voor de regiowedstrijden moet je dit zelf regelen. Voorheen kon deze aangevraagd worden via de wedstrijdsecretaris, maar tegenwoordig gebeurt dit zelfstandig via Mijn KNSB. Hier kun je inloggen met je KNSB-relatienummer. Heb je geen relatienummer en/of inloggegevens? Stuur dan even een mailtje naar de wedstrijdsecretaris (ws@lacustris.nl). 
Wil je meer dan 3 regiowedstrijden (of andere wedstrijden buiten de studentencompetities) rijden, dan moet je een wedstrijdlicentie aanvragen bij de KNSB. In het verleden kon ook dit door de wedstrijdsecretaris geregeld worden, maar tegenwoordig moeten licenties door de rijders zelf aangevraagd worden via de site van de KNSB. Met deze licentie kunnen ook marathon- en shorttrackwedstrijden worden gereden. De licentie is een jaar geldig en loopt automatisch af. Vergeet dus niet de licentie te verlengen als je wedstrijden wilt blijven rijden!

Inschrijven
Opgeven voor een BGP regiowedstrijd (deze worden regelmatig georganiseerd in ons prachtige Triavium) doe je via deze site. Deelname aan deze wedstrijd kost tussen de 13 en 16 euro, afhankelijk van welke afstanden je wilt rijden. Opgeven voor een IUT of een NSK gaat via de desbetreffende organiserende organisatie. Op de wedstrijdkalender op de site en op de besloten Facebook geeft het bestuur aan wanneer de wedstrijden zijn en waar en wanneer de inschrijving hiervoor open gaat. Bij IUT’s gaat de plaatsing van de deelnemers via tijd van aanmelding, dus wie als eerste komt wie als eerste maalt. Bij NSK’s gaat op een bepaald moment de inschrijving dicht, en worden van alle mensen die zich hebben opgegeven de snelste geplaatst voor de wedstrijd.
Belangrijk om te weten: je kunt een deel van de deelnamekosten terugkrijgen via de deelnamesubsidie van de NSSR. Zie hier voor meer informatie over de subsidie en hoe je deze kunt aanvragen.

Wedstrijdvoorbereiding
Zorg dat je voor een wedstrijd ongeveer één uur van te voren aanwezig bent, zodat je tijd genoeg hebt om de startlijst te bekijken, in te lopen, je wedstrijd voor te bespreken met je coach en in te rijden. 
Laten we beginnen bij de startlijst. Een startlijst (soms ook wel loting genoemd) kan nogal verwarrend zijn als je deze nog niet al te vaak onder de loep hebt genomen. De lijst bestaat namelijk uit cijfers, kleuren, namen en tijden (zie voorbeeld onder deze tekst). De cijfers staan voor het ritnummer waarin je rijdt. Bij ieder ritnummer staan twee namen, dit is omdat er altijd in paren wordt gestart: iemand in de binnenbaan en iemand in de buitenbaan. Om het nog verwarrender te maken worden de meeste wedstrijden in kwartetten verreden. Dat betekent dat er twee paren achter elkaar aan schaatsen en er in totaal dus vier schaatsers in de baan staan.
Om onderscheid te kunnen maken tussen de vier rijders in een kwartet, dragen alle schaatsers wedstrijdbandjes in verschillende kleuren om hun rechterarm. Het paar dat als eerste start heeft een wit (binnenbaan) of een rood (buitenbaan) bandje om, het paar dat als tweede start heeft een geel (binnenbaan) of een blauw (buitenbaan) bandje om. Op de startlijst staat aangegeven welke kleur bandje je hebt en dus welke startplaats je hebt aangewezen.
Verder staan op de startlijst de namen van de schaatsers en de bijbehorende ST (beste seizoenstijd) en PR (persoonlijk record) voor de desbetreffende afstand. Vaak worden de ritten ingedeeld op basis van ST, om te zorgen dat je tegen een zo gelijkwaardig mogelijke tegenstander komt te schaatsen. 


Wat je dus doet zodra de startlijst bekend is gemaakt:
Stap 1: je zoekt je naam op de startlijst
Stap 2: je kijkt welke rit je zit
Stap 3: je kijkt welk bandje je hebt
Stap 4: je doet het juiste bandje om je rechterbovenarm (mocht je zelf niet over bandjes beschikken, dan kun je deze meestal wel lenen van een lieve Lacustriaan, of aanvragen bij de start)

Heb je al het bovenstaande helemaal top voor elkaar? Oftewel: sta je inschreven, heb je goed ingelopen, weet je in welke rit je zit, heb je het juiste bandje om, heb je een schaatspak en een paar (geslepen) schaatsen aan? Dan is het tijd om het ijs op te gaan! Zorg dat je zo'n 10-12 minuten voor je rit op het ijs staat, zodat je nog even wat kunt inrijden en het ijs aanvoelen. Ga zeker niet te vroeg het ijs op, dan krijg je het alleen maar koud! Doe bij het inrijden niet te veel, je wilt tenslotte niet vermoeid aan je rit beginnen! Een voorbeeld van een goede voorbereiding is voor een 500 meter bijvoorbeeld één à twee rustige rondjes, een felle steigerung en een glijstart of eventueel staande start. Voor langere afstanden vervang je de start dan door wat meer (rustige) rondjes rijden.
Zo'n 2 minuten voor de start ga je naar de start om je daar bij de hulpstarter te melden. Deze checkt of je het goede bandje om hebt een geeft aan wanneer je richting de start mag. Dit is ook het moment waarop je eventueel nog wat kleding kan uittrekken. Vaak wordt door de speaker aangegeven wanneer welke rit zich klaar mag gaan maken voor de start, maar toch is het goed om dit zelf ook goed in de gaten te houden. Bij een 500 meter kun je bijvoorbeeld het beste zorgen dat je twee kwartetten voor jouw rit richting de start gaat. Zit je bijvoorbeeld in rit 9 (kwartet 5), dan ga je richting de start zodra rit 5 (kwartet 3) aan de start staat. Bij langere afstanden kun je iets langer wachten met richting de start gaan, aangezien die ritten langer duren. Let op: in Nijmegen is de inrijbaan heel smal, waardoor er niet (veilig) kan worden ingereden. Zorg er hier dus extra goed voor dat je naast het ijs goed opgewarmd bent. Ga ook zeker niet te vroeg het ijs op, je krijgt het namelijk snel koud doordat je niet of nauwelijks kunt inrijden.

De start

Als de starter fluit mag je de baan in, (let bij het oversteken van de inrijbaan op andere schaatsers) je gaat op de positie staan die je bandje aangeeft. Als je in het tweede paar start, moet je altijd achter beide schaatsers van het eerste paar gaan staan. Als jouw paar aan de beurt is stel je je achter de laatste rode lijn op, pas wanneer de starter '(eerste paar) naar de start / (first pair) go to the start' zegt, rijd je door naar de eerste rode lijn. Hier zet je gelijk je schaatsen in de startpositie, maar blijf je nog rechtop staan. Zodra de starter 'klaar / ready' zegt zak je in de starthouding. Zodra beide schaatsers stilstaan in de starthouding wacht de starter zo'n twee seconden (verschilt per starter) en geeft dan het startschot. Daarna is het aan jou, racen maar!

Wisselen

In een paar start dus iemand in de binnenbaan en iemand in de buitenbaan. Logischerwijs zou het niet bepaald eerlijk zijn als de schaatser in de buitenbaan daar moest blijven rijden, dan zou hij/zij namelijk veel meer meters af moeten leggen dan de schaatser in de binnenbaan. Vandaar dat de wissel is bedacht. Hierbij veranderen beide schaatsers op het rechte stuk van baan. Dit gebeurt altijd op het recht stuk waar de finish niet ligt, en waar ook altijd de coaches staan. Dit rechte stuk kun je ook herkennen door het ontbreken van een middellijn.

Belangrijk om te weten bij het wisselen is dat de rijder die uit de buitenbaan komt altijd voorrang heeft. Dit houdt in dat wanneer twee schaatsers tegelijk de bocht uit komen, de schaatser in de binnenbaan links moet houden en eventueel snelheid minderen, zodat de schaatser uit de buitenbaan ongehinderd naar de binnenbaan kan. Het hinderen van de schaatser uit de buitenbaan leidt automatisch tot een diskwalificatie. Dit is natuurlijk ook het geval als je vergeet te wisselen.